Deze website kan niet compleet worden weergegeven! U heeft geen of een verouderde versie van Flash Player geinstalleerd!
.........................................................................................................
BELICHTING HANDMATIG INSTELLEN
De hoeveelheid licht dat op de sensor van de camera valt is afhankelijk van
de sluitertijd, het diafragma en de
iso-waarde. Met deze drie variabelen bepaal je de belichting van de foto.
Waarom zou je de automatische belichting van je camera negeren? Omdat je camera niet 'weet' hoe je de foto hebben wilt. Een voorbeeld is een scene met hoge contrasten, waarbij het onderwerp ten opzichte van de hele scene klein is. Een ander voorbeeld is bij het maken van
panoramafoto`s. De belichting van alle afzonderlijke foto`s moet dezelfde zijn en dat doe je door handmatig ingestelde belichting.
Stappenplan handmatige belichting:
1. Stel iso-waarde in
2. Doe spotmetingen in heldere, donkere en gemiddelde gebieden
3. Middel de verkregen sluitertijd en diafragma uit
4. Neem een foto met de verkregen getallen
5. Controleer het resultaat en het histogram
6. Corrigeer, indien nodig.
Allereerst stel de iso-waarde in. Als je nog niet weet welke waarde je moet gebruiken, stel de laagste stand in. Daarna zet de je je camera in P (Program) stand en kies voor de
methode van lichtmeting de 'spot' modulus.
Doe vervolgens de lichtmeting op alle belangrijke delen van je scene. Dit doe je door de 'spot' op het betreffende gebied te richten en de ontspansknop half in te drukken. De waarde`s voor het diafragma en de sluitertijd verschijnen op je LCD-scherm. Noteer deze getallen. Herhaal deze oefening voor alle heldere, donkere en gemiddelde gebieden. Van alle getallen probeer vervolgens een gemiddelde te maken. Stel dat je 4 meting hebt gedaan met de volgende resultaten (sluitertijd; diafragma):
- 1/640; 3.5
- 1/500; 5
- 1/320; 3.5
- 1/1000; 3.5
Afhankelijk van hoe groot de betreffende gebieden waren, probeer een gemiddeld getal van deze resultaten te maken (bijvoorbeeld 1/500; 3.5). Zet nu je camera op de M (Manual) stand. Controleer of de ingestelde iso-waarde gelijk is aan de P-stand. Stel vervolgens de sluitertijd en het diafragma in (1/500; 3.5).
Neem een foto en controleer de resultaten. Het
histogram kan je heel goed laten zien of de foto correct belicht is. Komt de foto overeen met het tafereel dat voor je ligt of wat je voor ogen had? Als het afwijkt, kan je de sluitertijd, het diafragma of de iso-waarde wijzigen. Meestal een subtiele wijziging is voldoende, bijvoorbeeld sluitertijd 1 stap hoger of lager. Ook als je tevreden bent is ook raadzaam nog enkele foto`s te maken met een stap hogere of lagere instellingen.
Stel dat je bij de laagste iso-waarde een heel trage sluitertijd krijgt en je hebt geen statief bij de hand. Verhoog dan de iso-waarde tot de maximaal acceptabele (het beeld wordt korreliger) en doe de lichtmeting van de gebieden nogmaals. Middelen, diafragma en sluitertijd instellen en resultaten controleren - tot je tevreden bent!
terug