Deze website kan niet compleet worden weergegeven! U heeft geen of een verouderde versie van Flash Player geinstalleerd!
.........................................................................................................
SCHERPSTELLING EN FOCUS
Een van de meest in het oog springende kenmerken van een foto is de scherpte. Het oog wordt direct getrokken naar het scherpe deel van de foto. Het is dan essentieel, dat het onderwerp van de foto scherp is. Wat het onderwerp wordt, bepaal je als fotograaf.
Bijna alle digitale camera's hebben een automatische scherpstelling (autofocus). Een camera met autofocus, stelt meestal scherp wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Meestal wordt het scherpgestelde onderdeel van de scène aangegeven door een (of meerdere) gekleurde (bijvoorbeeld groene) rechthoek(en).
Bij het gebruik van autofocus moet je wel opletten, dat de camera scherp stelt op je onderwerp. Is het het geval, neem dan de foto.
Wat nou, als je toestel maar niet op je onderwerp wil scherpstellen? Dit kan heel vaak voorkomen, indien je onderwerp niet in het midden van het beeld maar op een rasterpunt zich bevindt. Richt dan eerst de camera op het onderwerp en stel scherp. Houd de ontspanknop vast en verander de positie van de camera om de compositie te bepalen, neem vervolgens de foto.
Sommige producten, bijvoorbeeld Canon, maken gebruik van het "AIAF" principe. Dit houdt in, dat de scherpstelling kan op elke beschikbare plaats binnen het fotokader gebeuren. De camera bepaalt, wat scherpgesteld zal worden.
Deze functie is erg handig, maar je moet blijven opletten! De camera weet het eenmaal niet, hoe jij de foto wilt hebben. Vindt je deze instelling lastig, kan je het meestal uitzetten. In dat geval stelt de camera altijd scherp in het midden van het fotokader.
De manier van scherpstellen verschilt per camera. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van je toestel!
terug